Het lijkt een traditie te worden. Zevenentwintig december, de dag die ik persoonlijk uitriep tot derde Kerstdag, breng ik met vrouw en kroost een bezoek aan De Efteling. Even terug in de tijd. Zonder teletijdmachine. Uit mijn kindertijd herinner ik me vooral Langnek, de fakir, De Indische waterlelies en natuurlijk Holle Bolle Gijs met zijn niet te stillen honger. Herkenbaar. Ik begrijp die man.
Een uurtje later dan andere jaren openen de poorten op Kaatsheuvel zich, waardoor we in plaats van een kwartier later dan voorzien, drie kwartier vroeger dan de officiële opening arriveren. Een meevaller. Het wachten maakt het enthousiasme van de jongste bezoekers alleen nog groter, voor zover dat nog kon.
Het grootste deel van de dag vertoeven wij in de magische wereld van Het Sprookjesbos. Hier komen sprookjes tot leven. De rode dansende schoentjes blijven ook na jaren onvermoeibaar en ritmisch hun pasjes doen. Als een magneet trekken ze de blikken van de kinderen naar zich. Oei, bijna verraad ik hun geheim. Het is opvallend hoe deze sprookjes kinderen tot de verbeelding blijven spreken. Waar tegenwoordig alles flitsend en snel moet gaan, blijven deze vrijwel statische Anton Piecktaferelen kinderen verbazen. Ze prikkelen hun fantasie, ze verwonderen en maken hen nieuwsgierig. Hoe mooi kan eenvoud zijn?
Het is heerlijk om je nakomelingen te zien glunderen. Ik doe dat ook. Opvallend zelfs. Als ouder is het fijn je niet te moeten generen als je mee gekscheert op de paardenmolen, de piratenbootjes of de zeer trage achter elkaar rijdende autootjes waarin ze om de één of andere reden drie sturen gemonteerd hebben terwijl het ding zich voortbeweegt op rails. En er staat zelfs een groot bord bij met ‘ JE MOET ECHT STUREN!’, dus al die kinderen draaien als gekken aan die drie sturen en voelen zich heel belangrijk. Hier in de Efteling kan dat, mag dat. Langs de andere kant prijs je je als vader gelukkig wanneer je stoer kan zeggen: “ De papa zou graag een ritje maken in de Python of Joris en de Draak, maar jullie zijn daar nog een beetje te klein voor. Binnen een paar jaar gaan we dat samen doen.” In stilte hoop je dat ze tegen dan die uitspraak zijn vergeten. Mijn imago, versta je?
Het meest geniet ik van de momenten waarop je rustig door een boot of karretje langsheen de sprookjesfiguren of doorheen wondere werelden wordt gevoerd. Er moet net geen schoenlepel aan tepas komen om ons met z’n vijf in een karretje te proppen. De kinderen vinden het heerlijk en wij ook. Geef mij maar de uitbundige sfeer van Carnaval Festival waar Loekie de leeuw (uit de reclame) de show steelt, de chaotische sfeer in de Fata Morgana die voor de allerkleinsten echt wel angstaanjagend is (op zo een moment kan je niet dicht genoeg bij hen zitten) of de zachte zweefvlucht door een droomwereld tijdens De Droomvlucht.
Een droomvlucht, zo voelt het bezoek aan de Efteling aan. Even weg van de realiteit, de druk, de stress, het presteren,… Even de tijd om echt vader te zijn. Wij genieten er van.
Terug thuis vervaagt de fata morgana van een droomvlucht tot een berg papierwerk. Terug naar de realiteit van de dag, de druk, de stress, het presteren, de problemen,… weer geen tijd om echt vader te zijn.